Ad had het coronavirus

Voor iedereen was begin dit jaar het coronavirus een nieuwe dus onbekende situatie. Binnen SOVAK was Ad een van de eersten die corona kreeg. Ad en zijn begeleider Charlotte vertellen over de heftige tijd en de impact die het had op Ad, zijn huisgenoten en zijn begeleiders.

Zo ziek heb ik me nog nooit gevoeld

Half maart maakt Ad een fietstochtje in de omgeving van zijn huis. Thuisgekomen (Ad woont op de SOVAK locatie Lindonk 89 in Zevenbergen) was hij uitgeput. Hij had geen eetlust en het lukte hem niet meer om zijn dagelijkse avondwandeling te maken. Ad: “Alle fut was uit mij, ik kon echt niets anders meer dan liggen.”

De huisarts van de huisartsenpost constateerde longontsteking en hij had een sterk vermoeden dat het corona was. Ad: “Het ging eigenlijk alleen maar bergafwaarts met mij. Zo ziek heb ik me nog nooit gevoeld. Ik kreeg een test en toen bleek het corona te zijn.

Ik moest op mijn kamer blijven en mocht geen contact meer hebben met mijn huisgenoten. Ook mijn familie kon natuurlijk niet op bezoek komen. Energie om iets te ondernemen had ik niet en ik verveelde me. Ik voelde me in die tijd best eenzaam.

Mijn begeleiders zorgden dag en nacht goed voor mij. Omdat ze in een beschermend pak met handschoenen en een gezichtsmasker op mijn kamer kwamen, had ik moeite om ze te herkennen. Ik wist eigenlijk niet wie er bij mijn bed stond totdat ze hun naam zeiden.”

Charlotte

“Toen Ad zei dat hij zich niet goed voelde, hielden wij hem extra in de gaten. Ad heeft suikerziekte en het is belangrijk zijn bloedsuikerwaarde steeds te controleren. Maar het ging eigenlijk steeds slechter met Ad, we maakten ons zorgen.
”Toen wij bij de medische dienst een melding van corona maakte werd er binnen een uur een grote doos met beschermend materiaal gebracht om besmettingen te voorkomen.
Ad ging meteen in isolatie op zijn kamer. Het toilet en de badkamer moesten steeds gedesinfecteerd worden als Ad daar gebruik van had gemaakt.
Charlotte: “De roosteraar maakte een planning zodat er iedere dag een begeleider voor Ad was. We hebben een kamertje ingericht met alle beschermende spullen die we nodig hadden en waar we ons konden omkleden als we naar Ad toe gingen. Het was heftig om te zien dat Ad ons niet herkende als we met een pak aan en een masker voor ons gezicht op zijn kamer kwamen.
Ook ’s nachts controleerden we hoe het met Ad was. Ik was bang toen ik zag dat het maar niet beter ging. Ik denk dat hij net op tijd in het ziekenhuis was om zuurstof toegediend te krijgen.
Ad: "Ik heb drie dagen in het ziekenhuis gelegen. Er was een moment dat ik geen vertrouwen meer had dat het goed zou komen. Mijn begeleiders en de verpleegkundigen waren heel bezorgd, dat merkte ik wel. Maar door de zuurstof en het vocht via het infuus voelde ik me steeds een beetje beter."

Samen praten

De huisgenoten van Ad zijn steeds goed geïnformeerd over corona en over het ziek zijn van Ad.
Charlotte: “Natuurlijk zorgde het voor onrust als bewoners ons in die pakken en met maskers in de weer zagen. We hebben steeds samen gesproken over wat er allemaal gebeurde, over ongerustheid en angst en over de regels die er waren omdat Ad ziek was."

Steeds een beetje vooruit

Toen Ad weer uit het ziekenhuis kwam kon heel voorzichtig de revalidatie beginnen. Iedere dag even naar buiten om een wandeling te maken. Charlotte: “Dat ging heel langzaam, Ad kon in het begin nog geen tien meter lopen. Daarna was hij helemaal op. Maar het lukte om de wandeling steeds een stukje langer te maken. We waren blij dat we vooruitgang zagen.”

Ad: “Na het ziekenhuis moest ik nog op mijn kamer blijven. Na een tijdje mocht ik weer naar mijn huisgenoten. Ik was heel blij dat ik ze weer zag. Ik had ze gemist en zij hadden mij ook gemist. Eindelijk kon ik weer bij de anderen zijn.”

Veel meegemaakt

Charlotte: “Ad heeft goed verwoord wat er allemaal gebeurd is. Toen Ad opknapte voelden we met z’n allen een enorme opluchting.
Als ik terugkijk hebben we, door adrenaline gedreven, keihard gewerkt en gedaan wat gedaan moest worden. Pas toen het allemaal achter de rug was realiseerden we ons wat we allemaal hadden meegemaakt en hoe heftig het was. Voor Ad in de eerste plaats maar ook voor zijn huisgenoten en begeleiders. Het ergste vond ik het hopeloze gevoel dat ik had toen Ad steeds zieker werd. Het gevoel dat ik niets kon doen, vreselijk. Het was een heftige tijd, ik kan er een boek over schrijven!
In die eerste periode, toen het virus ons overviel, wist niemand goed hoe te handelen. Met dit verhaal hopen we dat anderen er iets van leren en elkaar ondersteunen."

Er moet iets gebeuren

Ad vertelt dat er door corona veel veranderingen zijn op de woning: "We eten niet meer aan de lange tafel en we drinken geen koffie meer met z’n allen. We gingen vaak met z’n allen de hort op en dat gebeurt nu niet meer. We houden afstand van elkaar.
Er moet iets gebeuren om het virus te stoppen. Dat moeten we samen doen. Mondkapjes dragen en 1,5 meter afstand houden van elkaar is belangrijk.
We moeten dat volhouden om er met z’n allen voor zorgen dat er zo min mogelijk besmettingen zijn."

Heb je nog vragen?

Of wil je meer weten over onze zorg?