Tonnie houdt van snoezelen

Tonnie is zeer ernstig verstandelijk beperkt en dit is zijn verhaal

Ik ben Tonnie en ik woon al een hele tijd bij SOVAK

Ik vind het leuk dat mijn moeder en mijn zus mij twee keer in de week naar bed brengen. Zij gaan eerst met Bas en mij naar de snoezelruimte. Daar mogen we samen op het grote waterbed liggen.  Dit staat ook in het ondersteuningsplan. Dat vinden wij fijn  en ik vind het leuk om bij Bas aan zijn krullen te zitten. Bas vindt het bij mij fijn dat mijn wangen zo zacht zijn. Hij heeft namelijk zelf allemaal stoppels op zijn wang.

Als wij gesnoezeld hebben doen mijn moeder en mijn zus mij in bad en daarna brengen ze mij naar bed. Van hen wil ik graag een knuffel en een dikke kus.

Anja, mijn persoonlijk begeleider, nodigt regelmatig een gedragskundige, een fysiotherapeut, een logopediste en/of een ergotherapeut uit, omdat zij vindt dat er goed onderzocht moet worden wanneer het leven voor mij het fijnst is. Soms komt er ook een mevrouw die ze AVG noemen, maar volgens mij is het gewoon een dokter hoor! Zij is aan het onderzoeken of ik misschien pijn heb omdat ik vaak boos word.

Anja heeft samen met de gedragskundige en de fysiotherapeut een lijst gemaakt. Op die lijst staat waaraan je kan zien of ik onrustig ben. Op die manier kunnen ze onderzoeken wat er aan de hand is. Pas geleden hadden ze de muziek hard aanstaan. Dat vind ik niet fijn. Gelukkig zag de begeleider dat er iets aan de hand was en kwam ze er achter dat het om de muziek ging. Ze heeft de muziek zachter gezet en toen ging het met mij ook weer beter. Omdat ze nu weet dat ik niet van harde muziek houd heeft Anja dit in mijn ondersteuningsplan gezet.

Ik ga één keer in de week naar het activiteitencentrum. Ik ga dan naar een mevrouw die heel veel mooie muziekinstrumenten heeft. Zij maakt dan voor mij mooie rustige muziek en ik krijg van haar heel veel aandacht. Als het goed is mag ik binnenkort ook met een meneer gaan zwemmen. Dat wil ik alleen als er verder niemand in het bad is hoor.

Pas geleden was het grappig op de woning. Ze hadden allemaal gele briefjes op de muren geplakt. Het leek wel Pasen. Op die briefjes stond als wij iets niet mogen of juist moeten doen, terwijl we dat niet willen. Daardoor kwamen ze er achter dat ze mij wel vijf keer per morgen moesten zeggen dat ik door moest gaan met papier scheuren (ik vind dat namelijk helemaal niet leuk). Zelf konden ze gelukkig ook geen reden bedenken waarom ik dat dan wel zou moeten doen. Sindsdien hoef ik geen papier meer te scheuren.

Verder vind ik het prettig dat alle begeleiders precies weten in welke volgorde ze dingen moeten doen als ik ga eten. Ik krijg eerst een slab aan zodat ik weet dat we gaan eten en daarna zingen we “Smakelijk eten, hap, hap, hap”. Dat zong mijn moeder ook altijd voor mij. Na het liedje mag ik kiezen welk drinken ik wil en dan gaan we pas eten. Ik weet hierdoor precies wat er gaat gebeuren. Mijn vaste volgorde heeft Anja, samen met de tekst van het liedje, opgeschreven. Nu doet iedereen het zo en dat is fijn.