Even met je ogen bewegen tot het weg is

Anna heeft vaak buikpijn, hiervoor wordt geen lichamelijke oorzaak gevonden. Ze is vroeger seksueel misbruikt is door haar broer. Kees heeft ooit vastgezeten in de lift. Hij durft daardoor niet meer in een lift. Dat was nooit een probleem maar hij gaat om het weekend op bezoek bij zijn ouders en die gaan binnenkort verhuizen naar een flat.


Opslaan van herinneringen

Het komt best vaak voor dat onze cliënten last hebben van emotionele, lichamelijke of gedragsproblemen die samen lijken te hangen met nare (traumatische) gebeurtenissen uit het verleden. Het kan daarbij gaan om ingrijpende gebeurtenissen zoals een ongeluk, een brand of een aanranding maar ook om langduriger ervaringen zoals pesten of spanningen in het gezin. Wetenschappers denken dat deze klachten ontstaan als herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen niet goed zijn opgeslagen in het geheugen. Als de herinneringen beter zijn opgeslagen zullen de problemen verminderen of verdwijnen. Hiervoor is een effectieve behandelmethode ontwikkeld: Eye Movement Desensitisation en Reprocessing Therapy (EMDR). Omdat het voor het toepassen van deze therapie niet nodig is dat cliënten er goed over kunnen praten en de methode ook toepasbaar is voor hele jonge kinderen is hij ook geschikt voor onze cliënten.
Toen ik tijdens een cursus in 2008 over deze methode en de resultaten ervan bij mensen met een verstandelijke beperking hoorde werd ik zo enthousiast dat ik de opleiding ben gaan volgen. Sinds 2010 is EMDR ook bij SOVAK een beschikbaar behandelaanbod.


Waarom leidt het meemaken van een nare gebeurtenis soms tot problemen?

Waarschijnlijk zit het probleem hem in de manier waarop de hersenen de traumatische ervaring hebben opgeslagen. Bij gewone ervaringen krijgt de herinnering aan wat je hebt meegemaakt, gezien, gehoord, geroken of gevoeld hebt een plekje in je geheugen. Bij ervaringen waarbij intense angst, hulpeloosheid, of levensgevaar een rol spelen kondigt het lichaam een alarmtoestand af. Beelden, gedachten, geluiden en gevoelens worden daardoor in ruwe, onverwerkte vorm opgeslagen. Geen tijd voor verwerking, eerst moet ik overleven. Later kunnen prikkels zoals beelden, geuren, geluiden die aan de ingrijpende gebeurtenis doen denken deze ‘ruwe’ herinnering steeds weer activeren. Hierdoor ervaart iemand dezelfde emoties steeds opnieuw. Bij jonge kinderen en onze cliënten kan dit ook het geval zijn bij in onze ogen vrij onschuldige gebeurtenissen.

De verdwenen nachtmerries van Marleen komen terug 

Marleen heeft een auto ongeluk meegemaakt. Er was een rode auto bij betrokken. Die dag schijnt er een fel zonnetje. Er kwam al snel een agent bij met een pet en een snor. Het was een nare ervaring waarvan ze erg is geschrokken. Gelukkig raakt niemand gewond en is de auto verzekerd. In het begin moet ze er vaak aan denken. Ze heeft er nachtmerries over. Na een tijdje denkt ze er steeds minder aan en verdwijnen de nachtmerries. Een jaar later staat zij met haar auto voor een zebrapad te wachten. Het zonnetje schijnt fel en er steekt een man over met een donkere pet en een snor. Hij draagt een rood t-shirt. Opeens breekt het zweet haar uit. Ze snapt niet zo goed wat er met haar aan de hand is. Die nacht heeft ze weer een nachtmerrie over het auto ongeluk. In de periode daarna komt het steeds vaker voor dat ze opeens schrikt als ze iets roods ziet. De nachtmerrie komt ook vaker terug. Het komt steeds vaker voor dat ze hierdoor ’s morgens niet goed is uitgerust. Ze gaat naar de huisarts en deze verwijst haar naar een therapeut voor EMDR.



EMDR

Bij EMDR wordt de herinnering aan de gebeurtenis opgeroepen terwijl iemand tegelijkertijd een andere taak aangeboden krijgt die beurtelings de linker en de rechterhersenhelft activeert. Hierdoor worden traumatische herinneringen weer gewone herinneringen. Deze andere taak noemen we bij EMDR de bilaterale of afleidende stimulus. De stimulus waar de behandeling ook zijn naam aan ontleend is de oogbeweging. De cliënt volgt de vingers van de therapeut van links naar rechts. Afhankelijk van de aard van de problemen, is EMDR bij vrijwel al onze cliënten een toepasbare methode. Jong, oud, hoog of laag niveau en soort lichamelijke beperking zijn in principe geen belemmering. Als de cliënt zelf niet over de ervaring kan vertellen weten ouders of begeleiders misschien wel wat er gebeurd is. Soms is het ook al genoeg als je weet welke prikkel (stimulus) de spanning oproept.

Alternatieven

Het kunnen maken van de oogbewegingen is voor veel van onze cliënten (en ook voor jonge kinderen) te moeilijk. Hiervoor zijn echter een aantal alternatieven. Het aanbieden van klikjes (of muziek) via een apparaatje met een koptelefoon of via 2 boxen. Trillers die je in je handen houdt (of in iemands sokken stopt) of taps (klopjes op handen, schouders of knieën) zijn andere mogelijkheden. Al deze prikkels worden net als de oogbewegingen beurtelings links en rechts aangeboden. Je kan deze prikkels ook combineren. Het is voor de therapeut best vermoeiend om de hele tijd een hand heen en weer zwaaien voor iemands ogen. Daarom is er een oplossing bedacht in de vorm van een lichtbalk met lichtjes die heen en weer bewegen. Veel cliënten met een licht verstandelijke beperking kunnen dit prima.

De nachtmerries van Marleen verdwijnen weer

Marleen heeft intussen 3 behandelingen gehad bij de EMDR-therapeut. De eerste keer heeft ze haar verhaal verteld en heeft de therapeut haar uitgelegd hoe EMDR werkt. De tweede keer heeft ze de nare gebeurtenis van het auto ongeluk nog een keer verteld. Ze moest aangeven wat nu nog het naarste plaatje van die gebeurtenis was. Aan dit plaatje moest ze denken en tegelijkertijd haar ogen heen en weer bewegen door de lichtjes van de lichtbalk te volgen. Als ze dat deed, lukte het niet meer om aan het plaatje te denken maar kwamen er wel andere gedachten. In het begin begon haar hart hard te kloppen. Aan het einde van de sessie was het al minder naar om aan het plaatje te denken. Ze was daarna best moe, maar ze had het gevoel dat ze die week minder schrikachtig was. Ze had nog wel een paar keer een nare droom. De volgende week moest ze weer aan het plaatje denken en de lichtjes volgen. Aan het einde was het niet meer vervelend. Ze was na afloop ook minder moe. Toen ze vervolgens weer naar de therapeut ging, bedacht ze opeens dat ze die week niet meer naar had gedroomd. Ze voelde zich weer meer uitgerust.

Met vriendelijke groet,

Ineke Ruys
Gedragskundige